Meedenkadvies
Het doel van het meedenkadvies is om onnodige verwijzingen van de eerstelijn (huisarts) naar de tweede of derde lijn te voorkomen, zoals wanneer de huisarts twijfelt of een verwijzing nodig is. De insteek daarbij is dat de patiënt, met het advies de arts VG, zo mogelijk in de eerste lijn behandeld kan blijven worden. Dit is in het bijzonder relevant bij zorgvragen rondom mensen met een verstandelijke beperking, waarbij een tijdig meedenkadvies van de arts VG vaak kan voorkomen dat een verwijzing naar de polikliniek nodig is. Dat is belangrijk omdat de beschikbare capaciteit van artsen VG beperkt is en onnodige poli-verwijzingen kunnen leiden tot langere wachttijden en verminderde toegankelijkheid voor patiënten bij wie specialistische VG-zorg wél noodzakelijk is. Blijkt behandeling in de eerste lijn niet mogelijk en is een verwijzing toch nodig, dan kan de patiënt alsnog rechtmatig verwezen worden. In situaties waarin een verwijzing a priori is aangewezen, is een meedenkadvies niet geïndiceerd en dient dit niet gebruikt te worden.
Een meedenkadvies kan zonodig worden opgevolgd door een meekijkconsult indien gewenst en nodig.
